Een eigen plek

‘Heb je zin om mee te gaan?’ vraagt een goede vriendin.
‘Natuurlijk,’ antwoord ik, ‘waarheen?’
‘Een opstellingsochtend met als thema het innemen van je eigen plek.’
‘Gaaf,’ roep ik enthousiast, ‘schrijf mij maar in.’

Afgelopen zaterdag was het zover. Na een rit van anderhalf uur arriveren we bij een allerliefst boerderijtje in een schilderachtige omgeving. Het voelt nu al goed! Terwijl de cursusleidster het toegangshek opent, begroet ze de deelnemers allerhartelijkst. Ik geef haar een hand en stel me voor.
‘Irene,’ herhaalt ze. ‘Oh. Ja. Jou wil ik straks even spreken.’ Geen toelichting. Ik volg de andere dames over het tuinpad en breek mijn hoofd. Waarover moet met mij gesproken worden?
‘Irene,’ hoor ik achter me roepen wanneer ik halverwege het pad ben. ‘Heb je even? Nu?’
Gedwee loop ik terug naar het hek waar de vrouw me apart neemt. Ze legt uit. Ze heeft me twee dagen eerder een mail gestuurd en het geld voor die ochtend teruggestort op mijn rekening.
‘Hè????’ Ik weet van geen mail, heb mijn bankrekening niet gecheckt.
‘Ik heb alle buitenstaanders afgezegd, alleen mijn eigen cursisten zijn welkom vandaag.’ De boodschap is helder: voor mij is geen plaats in deze herberg. De vriendin is al binnen, de auto waarmee we gekomen zijn (haar auto) staat volledig ingeparkeerd tussen andere auto’s en ik sta hier heel allenig te wezen.
‘Maar,’ stamel ik als de eerste de beste kleuter, ‘waar moet ik heen?’
‘Hoezo?’ vraagt ze. Voor haar is het duidelijk, ik ga terug naar huis.
Ik leg uit. Samen in één auto, geen openbaar vervoer, stad noch dorp op loopafstand. ‘Oké. Het is goed, je mag blijven als je het cursusgeld opnieuw overmaakt.’
Met lood in de schoenen loop ik even later weer over het pad. Het beeld van de warme, eigen plek die ik hier ging vinden, is inmiddels volledig opgelost.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *