Niets is wat het lijkt

Tijdens het voeren van de havermout, fantaseerde moeder dat de paplepel een auto was die naar de garage wilde. Mijn mond was dan de deur die vooral wijd open moest. Toen ik de truc doorhad, haperde de toegangspoort steeds vaker hetgeen moeder dwong tot andere tactieken. De lepel werd een vliegtuig, een trein, een huppelend paardje. Al snel doorzag ik ook deze listen en besloot dat een lepel niets anders was dan een lepel. Mijn mond bleef dicht.
Afgelopen zaterdag zaten we met een groep volwassenen in een kring. Er verscheen een attribuut op tafel dat we om beurten moesten benoemen. Niet moeilijk, het voorwerp was een zaag. Wel moeilijk, we waren met zestien. Er bleken meerdere invalshoeken te zijn. Vorm, kleur, maat, ouderdom, waarde, afwijkingen, eigenschappen. Toen ook nummer zestien zijn zegje had gedaan, werd de zaag opnieuw doorgegeven. Dit bleek het moment van losgeslagen fantasie. Het ding werd het gereedschap van een dierenarts, een schrijver, een circusartiest, een vogelspotter.
Via een staaltje aanschouwelijk onderwijs, leerden we het verschil tussen convergent (logisch) en divergent (creatief) denken. Grenzen verleggen, blokkades omverwerpen, noodzakelijke schrijverseigenschappen. Opeens dacht ik terug aan een moeder met een paplepel die helemaal geen paplepel was. Ze had gelijk, dacht ik, niets is wat het lijkt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *