Archive for Geen categorie

Reizen of vakantie?

Over reizen moet je niet te licht denken. Als je ’s morgens wakker wordt vraag je je af of je nog in Ottawa bent of misschien al in Toronto. Wanneer je ’s avonds in je hotelkamer komt met een hoofd vol indrukken, moet je nog foto’s overzetten, een verslag schrijven, je spullen voor de andere dag klaarzetten en (inmiddels) ook zo af en toe wat ondergoed en sokken wassen. Veel tijd om te bloggen blijft er niet over. Daarom vandaag een foto van de Niagara watervallen en van een bezoek aan neef Paul en zijn vrouw in Guelph die ons ‘Mennonite Country’ lieten zien. Oké, een en korte anekdote.

Canada rekent nog veel in oude maten. Ze hebben gelukkig wel kilometers, maar de rest wordt vaak uitgedrukt in feet, inches, pounds en ounces. Zo ook in het restaurant.
‘Een glaasje wijn, alstublieft.’
‘Prima, wilt u 5 ounce of 9 ounce?’
Manlief kijkt naar de prijzen en bedenkt dat de eerste wellicht een karafje is en de tweede een hele fles, en antwoordt: ‘5 ounce, please and an extra glass for my wife.’
De server verblikt noch verbloost en komt even later inderdaad met een leeg glas voor mij, en een ander glas dat slechts voor de helft gevuld is met wijn voor hem.
‘Thank you very much,’ zegt hij en het klinkt alsof het helemaal zo bedoeld is.

Overweldigend

Deze foto is van het WiFi-huisje op Algonquin Park. De enige plek waar je digitaal kan communiceren met de rest van de wereld. Iedere dag brachten we er wel een uurtje door (met wat andere verslaafden), meestal in een temperatuur van zo’n 30 graden. En daarna weer snel naar onze veranda met uitzicht op het meer. En wat zagen we daar gisterenavond opeens????

 

 

Een eland die onze tuin inliep, zich omdraaide, een andere tuin bezocht en uiteindelijk een stukje ging zwemmen!!

Gisteren hebben we een prachtige fietstocht gemaakt door het Algonquin Park.
Ik: ‘ik zou nog meer genieten als ik zeker wist dat we geen beer tegenkwamen.’
Aad: ‘ik zou nog meer genieten wanneer ik een beer zou zien!’
Ik: ‘waarom in hemelsnaam?’
Aad: ‘ik hou wel van een beetje avontuur. Eerst een foto maken, dan jou redden uit de klauwen van de beer.’
De schat.

Vandaag hebben we een lange dag in de auto doorgebracht, er waren veel files op weg naar Niagara-on-the-Lake. Maar we zijn er! De Falls bezoeken we morgen, dat is een half uurtje rijden vanaf hier. Tegenover het hotel ligt een parkje, achter het hotel stroomt de Niagara River, verderop ligt het Ontario Lake. Buiten is het zo’n 30+graden maar bij de airco en de gratis WiFi in de hotelkamer is het aangenaam bloggen. En straks staat er een mooie wandeling op ons program. Have a good one, zeggen ze hier. Fijne dag!

Deze chipmunk bezoekt regelmatig onze veranda. Ze zijn supersnel, klimmen in bomen en bedelen om pinda’s. Vandaag zagen we er zelfs een zwemmen!! 

De onderstaande foto is van een Humming bird, een kolibrie. Ook die vliegt hier gewoon rond.

 

 

 

Enjoy!

Vandaag toosten we op het goede leven. Want hoe goed wil je het hebben? Na een schitterende rondvaart door de Thousand Islands (kleine eilandjes waar mensen hun eigen paleisjes op hebben gebouwd) bij Kingston, zijn we na een lange autorit beland in Algonquin Park. Tijdens de rit hadden we soms het gevoel dat we alleen op de wereld waren. Geen kip of mens op de weg. Dan ben je nog eens blij om een tegenligger tegen te komen.
Onze lodge heeft een prachtig uitzicht over de Two River Lake, en er ligt een kano voor de deur die we tijdens ons verblijf mogen gebruiken. Guess what we’re doing tomorrow… Het huisje ligt op een kleinschalig park waar je in het restaurantje gezellig en lekker kunt eten. Wandelpaden zijn er te kust en te keur en de beren en elanden houden zich verre van mensen. Althans volgens de dame achter de receptie. ‘Zij zijn banger van jou dan jij van hen,’ probeerde ze mij gerust te stellen. Hoewel ik niet geloof dat er zulke bange beren bestaan, knikte ik vriendelijk. ‘En mocht je onverhoopt toch een beer of eland zien,’ vervolgde ze met een glimlach, ‘prijs je dan gelukkig. Het overkomt slecht een enkeling.’

The Fairmont

En dan ben je zomaar opeens een wereldreiziger en leef je vanuit een grote koffer waarin je natuurlijk nooit iets kunt vinden. Volgens mij gaan mannen heel anders met zo’n koffer om dan vrouwen. Voor hen is het simpel. Je opent je koffer en trekt het shirtje aan dat toevallig bovenop ligt. Bij vrouwen werkt dat heel anders, wij maken iedere dag opnieuw een weloverwogen beslissing. Voordat we weten wat we aantrekken kijken we naar buiten. Schijnt de zon of regent het? Welke activiteiten staan voor vandaag gepland? Wat dragen de mensen om ons heen? Hoe is de omgeving? Is er nog een vestje nodig en zo ja, staat dat vestje bij het shirtje dat we inmiddels in gedachten hebben. Op basis hiervan wordt een keuze gemaakt. En natuurlijk ligt dat ene shirtje dat we uitkiezen toevallig helemaal onderop, verstopt onder de sokken.

We trekken van hotel naar hotel. Onze reisorganisatie heeft alles geboekt, alles wat wij hoeven doen is het vinden van het adres. En dan kom je soms voor verrassingen te staan. Zoals in Ottawa. Toen we het hotel gevonden dachten te hebben, keken we wel drie keer op ons briefje. Fairmont Hotel Laurier, 1 Rideau Street. Het adres klopte. We stonden voor een enorm kasteel met een oprit, Porsches voor de deur en mannen in rode jassen. Ik rechtte mijn rug, zette een filmsterrenglimlach op en probeerde te doen alsof dit heel normaal was. Maar bij het binnengaan van onze kamer lukte dat niet meer. Twee enorme bedden, twee (!) badkamers, zachtgroene fauteuils en een lel van een flatscreen. De glimlach viel van mijn gezicht bij het openvallen van mijn mond.
Toen we ’s avonds onze familie bezochten en zij vroegen in welk hotel we logeerden, antwoordden we luchtig ‘The Fairmont.’ Vergis ik me of werden we opeens met andere ogen bekeken?

Tante Henny

Toen ik 4 was emigreerde ze naar Canada. Een heel ver land, werd mij verteld, waar je alleen met het vliegtuig of met een heel grote boot naar toe kon. We zwaaiden haar uit op Schiphol. Na een tijdje arriveerden er blauwe brieven. Deze brieven bestonden uit een dun velletje papier en dat papier was zowel brief als envelop als postzegel. Het intrigeerde me enorm. Ik wilde er altijd even aan voelen, niet alleen omdat het zo lekker knisperde maar ook omdat het zo’n lange reis had gemaakt. Het had iets exotisch.
Mijn tante emigreerde aanvankelijk voor twee jaar, ze wilde gewoon een avontuur. Daarna zou ze weer terug naar Nederland komen. Maar ja, de liefde gooide roet in het eten. Ze trouwde met een Canadese man en samen kochten ze een huis aan de Blossom Drive in Ottawa. En voor mij als kind bestond Canada uit niet meer dan tante Henny, de Blossom Drive en Ottawa.
Toen we een paar dagen geleden in Montreal arriveerden, had ik dan ook helemaal geen Canada-gevoel. ‘Dit kan ook een stad zijn in Frankrijk, Italië of Amerika,’ riep ik enigszins teleurgesteld. Het leek in het geheel niet op het ‘exotische’ land waarnaar mijn tante ooit was geëmigreerd.
Maar nu zijn we in Ottawa. In Canada! Wat een heerlijke stad met prachtige vergezichten en keurig verzorgde straten en gebouwen. Gisteren hebben we als echte Nederlanders fietsen gehuurd en zijn we langs het Rideau Kanaal gefietst. En natuurlijk zijn we op de Blossom Drive geweest, het hart van Canada. Natuurlijk werden we hartelijk door tante Henny ontvangen. Morgen trekken we verder om onze Canadese horizon te verbreden, maar vandaag genieten we nog een dagje van deze prachtige stad.

Dat meen je niet!

Ken je die mop van Sam en Moos die naar Canada gingen? Nee? Ze gingen niet. Het scheelde niet veel of de namen Sam en Moos hadden naadloos door onze namen vervangen kunnen worden.

Na het inchecken en vele veiligheidscontroles, kwamen we de vertrekhal van Schiphol binnen. Ha, een Starbucks. Tijd voor een versnapering. Maar eerst nog even een Canadese stekker kopen. Bij het afrekenen hoor ik opeens ‘Shit, shit, shit!!!’
‘Wat is er?’ stamel ik.
‘Portemonnee weg, mobiel weg.’
We denken hetzelfde. Hiervoor Schiphol eindigt onze reis. Want wat moet je zonder creditcard, zonder rijbewijs, zonder bankpassen en zonder de mobiel waarop alle reisinformatie staat? Terwijl ik met trillende handen de stekker afreken, holt mijn reisgenoot terug naar de douane. ‘Komt vast goed, mevrouw,’ probeert de verkoper me gerust te stellen. Ja, jij lult lekker, denk ik. Na twintig minuten klinken verlossende woorden. ‘De goden zijn ons goed gezind, de spullen lagen bij de informatiebalie!!!’

Maar je moet de dag niet prijzen voor het avond is. Onze reisorganisatie had ons al gewaarschuwd voor het autoverhuurbedrijf (Hertz, nooit kiezen!!!). Ze willen je van alles aansmeren. En ja hoor. Er zat zogenaamd geen navigatie in de auto, we moesten bijbetalen. Een tweede chauffeur voor de huurauto? Bijbetalen! Totaal bijna 500 dollar. Ik herhaal 500 dollar.
Aan me nooit niet!!!
‘Dat was niet afgesproken!’ krijs ik nu bijna. Het is al midden in de nacht in Nederland, we zijn doodop. De man verblikt of verbloost niet. ‘Inclusief? Staat niet bij mij in het systeem! Maar als u zegt dat het inclusief is, dan zal het wel!’
Na veel gedoe en gepraat uiteindelijk en toch nog 15 dollar teveel betaald. Stelletje oplichters hier in dit land. Uiteindelijk verlaten we de parkeergarage in ‘onze’ Jeep Wrangler (dat dan weer wel) en rijden naar Montreal. En nu maar hopen dat we snel voldoende aardige Canadezen ontmoeten om onze vooroordelen te ontkrachten.

Wie? Ik?

Paspoorten, vouchers, tickets, kleding, pillen, tandpasta, regenjas, broeken, boeken, denken de achterblijvers wel aan de plantjes, de zonneschermen, de vuilnisbak… beter een lijstje maken, afspraak tandarts afzeggen, zonnecrème kopen, en hoeveel mag die koffer eigenlijk wegen? Zo weinig?

Een artikel over vakantiestress adviseert om vooral goed uitgeslapen op vakantie te gaan. Anders begint de vakantie niet goed. Dan scheld je en raas je en tier je en is er op de heenreis al ruzie. Gelukkig ben ik de rust zelve.

Wel zorgen voor een volle koelkast voor de achterblijvers, huis moet schoon, bedden verschoond, was doen, strijken, welke kleren neem ik mee? Toch wel die nieuwe gympen. Ze zitten voor geen meter maar leuk, leuk, leuk.

Aangekomen op je bestemming, vermeldt het artikel, moet je vooral de tijd nemen om te acclamatiseren, om rustig je ritme aan te passen, om op regelmatige uren te eten en om vooral de eerste dagen niet veel te ondernemen. Gelukkig is ons schema niet overbelast. We zijn overal minstens een hele nacht.

ETA en ESTA vergunningen regelen. Internet ligt eruit. Digitale tickets uitprinten. Internet doet niks. Vouchers voor hotels en excursies. Gelukkig doet Internet het morgen weer. Zeker weten. Toch? 

Heerlijk, slapen, zegt het artikel. Nou, dat doen we. Welterusten, schat. Gelukkig zijn wij rustig, zijn wij kalm. Wij wel.

Mag er echt maar zo weinig in die koffer? Hadden we toch niet die grotere moeten kopen…

Mallemolen

Landen die elkaar beschieten met raketten en fragiele verhoudingen op scherp zetten. Robotarmen die 24 uur per dag doen wat wij mensen al lang niet meer kunnen. Aardwarmte, waarvoor de aarde als een gatenkaas doorboord wordt. Drones, Internet, dark Internet, Cambridge Analytics. Wat weten ze van u, wat weten ze van mij? Nieuws, fake nieuws, weet iemand nog het verschil? Mannen die vrouw willen worden en vrouwen die juist man willen zijn. Weet iemand nog het verschil? Misschien zijn we straks allemaal genderneutraal met een ingeplante chip met daarop onze persoonsgegevens, ons banksaldo, onze goede daden maar ook ons electronisch strafblad. Technologische ontwikkelingen. Waar zijn ze voor? Waar leiden naar toe?

Steeds vaker denk ik ‘ho, stop!’ Laten we nu eerst déze wereld begrijpen voordat we alweer een nieuwe creëren. Maar we kunnen niet stoppen. Het enige wat we kunnen doen is zelf stil gaan staan. Ons terugtrekken onder een dikke boom, wat voor ons uit staren over een rustig kabbelend meertje, en luisteren naar het gekwinkeleer van de vogels. Ik denk dat ik precies dat maar eens ga doen vandaag. Maar niet te lang, want anders begrijp ik de wereld helemaal niet meer als ik terug kom.

Dag jongen

‘Dag jongen, zal je voorzichtig zijn?’
De woorden glijden langs hem heen. Hij is twee en wil klauteren, klimmen, de wereld ontdekken.
‘Dag jongen, zal je voorzichtig zijn?’
De woorden lossen op in het niets. Hij is tien, gaat slootjespringen met zijn vrienden.
‘Dag jongen, zal je voorzichtig zijn?’
De woorden klinken hol. Hij is vijftien en heeft vandaag zijn zinnen gezet op de eerste echte meisjeszoen. Met tong!
‘Dag jongen, zal je voorzichtig zijn?’
Hij bauwt haar na. Hij is achttien, vindt haar een angsthaas. Hij kent de wereld! Hem kan niets gebeuren!
‘Dag jongen, zal je voorzichtig zijn?’
‘Natuurlijk mam,’ antwoordt hij plichtmatig, en richt zich tot zijn dochtertje van twee. ‘Kom geef oma eens een kusje.’
‘Dag jongen, zal je voorzichtig zijn?’
Haar laatste woorden. Het lijkt wel alsof hij ze voor het eerst echt hoort.