Archive for Irene

Hotelkamer

Toen ik vanmorgen wakker werd, kon ik maar niet bedenken in welk hotel ik was. Vreemd, want tijdens deze vakantie heb ik snel geleerd om, waar ik ook ben, blindelings de route naar het toilet te vinden zonder manlief wakker te maken, om op de tast een wekker te traceren voor de tijd, en om in het donker vanuit mijn bed een lichtknopje te bedienen als ook manlief wakker mag worden. Maar waar ik nu toch was..? Het bed voelde wel vertrouwd, waren we hier al langer? Langzaam kwamen er beelden boven van een vliegtuig, een autorit, koffers in de gang. De realiteit drong slechts langzaam tot me door, we waren terug in Nederland, ik lag in mijn eigen bed! Toen ik dat eenmaal doorhad, wist ik ook de wekker blindelings vinden. Vier uur in de ochtend en klaarwakker. Had ik me nog zo voorgenomen om lang uit te slapen om zodoende in een keer die jetlag te overwinnen! Mooi mis. Eerst maar even naar beneden voor een kopje thee. En toen ik daar zo in mijn uppie zat, realiseerde ik me nog iets. Ik was jarig! Ik feliciteerde mezelf van harte en stapte even later met een vreemd gevoel terug in bed.

Vancouver

Het zit er bijna op..
Zoveel mooie ervaringen, zoveel belevenissen, zoveel schoonheid. De cruise naar Alaska was ook weer een unieke ervaring. Gisteren nog een prachtige fietstocht gemaakt langs de westkust van Vancouver. En dan breekt opeens de laatste vakantiedag aan. Morgen vliegen we terug naar Schiphol. Wat doe je zo’n laatste dag? Het is bewolkt en af en toe valt er wat lichte regen. Niet echt weer om te luieren op een strandje of nog een laatste boottochtje te maken. Wanneer je opstaat weet je het al. Niets van wat we vandaag doen, zal welke eerdere ervaring dan ook overtreffen noch evenaren. Dus slenteren we maar wat rond in downtown Vancouver. We bezoeken een Chinese tuin in Chinatown, een museumpje, en maken kennis met de achterkant van deze mooie stad. Afkicken heet dat, geloof ik.

Jimi Hendrix shrine
Op het stadsplattegrondje dat we in het hotel kregen, staat aangegeven dat op de hoek van Howe Street en W Penderstreet, de shrine van Jimi Hendrix te vinden is. Het ligt ongeveer op onze route dus we besluiten het mee te pakken. Na enig speurwerk vinden we beide straten, maar noch op de ene noch op de andere hoek vinden we iets wat op een herdenkingssteen, tempeltje, monument of iets ander heiligs doet denken. We lopen vier keer door de straat maar vinden het niet. Ik besluit te googelen en vind het adres. Nummer 432, een toeristische attractie in Vancouver, lezen we. We blijken er al vier keer langsgelopen te zijn. Wat het is? Een werkelijk onooglijk pandje met een tienjaar oude poster op het raam van de bekende gitarist en een kort briefje. Closed due to lack of donations. En ook dat briefje is duidelijk niet van gisteren!

Zwervers
Ik schreef er, geloof ik, al eerder over. En ik weet niet zo goed wat ik er van vind. Ze liggen midden op een voetpad, vlakbij een kruising of zitten in portiekjes met hun zooi. Sommigen zijn er beter aan toe dan anderen. Er zijn er die zo wazig uit hun ogen kijken dat je je afvraagt of ze nog iets waarnemen van deze wereld. Anderen zien eruit alsof ze in ieder geval nog met één been in onze maatschappij staan. Een man lag in zijn blote kont op straat, een ander riep constant onverstaanbare teksten. Bah, denk ik in eerste instantie. Waarom haalt niemand die mensen hier weg? Om me vervolgens diep te schamen voor die gedachte. Want daar loop ik als weldoorvoede, welgestelde toerist, op zoek naar een gezellig restaurantje. Lekker hapje, wijntje en wellicht nog een dessert, alleen maar omdat het zo lekker is. En wat eten zij? Een afgekloven appel uit de vuilnisbak. Wat moet je in hemelsnaam gedaan hebben om zo’n mensonterend leven te ‘verdienen’?

Maar toch..
En ook al is dit geen topdag, het voelt niet als een verloren dag. In de Chinese tuin die we vandaag bezochten kregen we een rondleiding. De gids vertelde ons dat er overal in de tuin Yin naast Yang te vinden is. Rond naast vierkant, glimmend naast ruw, mannelijk naast vrouwelijk. Dat is bewust gedaan. Want, zei ze, dat is het leven. Er moet harmonie zijn, een balans, tussen donker en licht, warm en koud, noord en zuid. De Tao (het alles) manifesteert zich in twee tegengestelde waarden waarvan de een niet beter is dan de ander, ze zijn evenwaardig aan elkaar. Gelijk en toch verschillend. Wat een mooie gedachte om deze vakantie mee af te sluiten.

Help!

Waarschuwing: deze tekst is niet geschikt voor mensen met een zwak hart. Maar mam, wees gerust, we leven nog!

We hadden al eerder een kanotochtje gemaakt. Vooraf werden gewaarschuwd dat de tocht niet geschikt was voor mensen met hart- of nekklachten. Het was dan ook met angst en beven dat ik aan boord stapte, maar de tocht verliep uitermate kalm. Toen we in de brochure van ons cruiseschip over een kajak-excursie lazen waarvoor je geen ervaring nodig had en waaraan kinderen vanaf zes jaar konden deelnemen, stapten we dan ook heel ontspannen aan boord van een zodiak die ons naar een eiland zou brengen. Van daaruit zou de tocht per kajak verder gaan. Prima, dachten we nog steeds. De Zodiak startte met veel herrie en met een pestvaart ‘vlogen’ we over het water. Oké, dacht ik, een beetje spanning kan geen kwaad. Maar toen stopte de Zodiak en de kapitein fluisterde: ‘whales ahead’. En inderdaad, we zagen sproeiers. Iedereen hield de adem in. Opeens sprongen er een paar grijze walvissen uit het water. Het was een fantastisch gezicht en ze waren op ‘veilige’ afstand. We bleven liggen, want misschien kwamen ze nog een keer. Dat kwamen ze, en wel richting de boot! Dichter- en dichterbij. Tot op wel 10 meter afstand. Vijf, zes enorme sproeiers en het typische blazen van de walvis. Met een enorm kabaal sprongen ze uit het water en gaven een show weg waar het Dolfinarium een behoorlijke punt aan kan zuigen. Ik hield mijn tas stevig tegen me aangedrukt, en lette goed op mijn ademhaling. In, uit, in en weer uit. Na tien (lange maar fantastische) minuten doken ze onder. Iedereen glimlachte van oor tot oor. Ik probeerde mee te doen. Toen we aankwamen bij het kajak-strandje begon mijn onderbuik te protesteren. Waar was de inham voor onze tocht? Waar gingen we kajakken? Juist. Op hetzelfde water als waar we eerder de groep walvissen hadden gespot. Ik schudde heftig van nee. Weten jullie wel hoe klein zo’n kajak is ten opzichte van zo’n walvis? ‘Ga maar,’ zei ik, ‘ik blijf wel hier.’ Dat kon. Dan moest ik alleen op het strandje achterblijven. ‘And if a bear comes, don’t frighten him.’ Ik besloot Toch maar in de kajak te stappen. Met samengeperste billen peddelde ik door het woelige oceaanwater. We zagen adelaars boven ons en springende vissen voor ons. Op de Volendam, ons cruiseschip, was ons verteld dat springende vissen betekende dat er walvissen in de buurt waren. De vissen sprongen uit het water om niet opgevreten te worden. Even overwoog ik ook te gaan springen, maar dat bleek voor de stabiliteit van onze kajak niet zo’n goed idee. ‘Gewoon door peddelen,‘ kwam het bevel van achter. Nou, dat deed ik. Hoe harder ik peddelde, hoe eerder we terug aan land zouden zijn. Na zo’n anderhalf uur, kwam het strandje weer in zicht. Net op het moment dat ik een zucht van verlichting slaakte, riep iemand vanuit een andere kano, ‘whales!’ En ja hoor. Sproeiers, gespetter, geblaas. Alle kano’s peddelden de kant van de walvissen op, die met hun staarten op het water sloegen. Ook mijn kapitein zette aan. ‘O nee,’ riep ik. En ik hield voet bij stuk. ‘We gaan geen centimeter dichterbij.’ We bleven uit de buurt en peddelden voorzichtig richting het strandje. Eindelijk, vaste grond onder de voeten! Maar het verhaal heeft nog een grande finale! Toen we de kajak uit waren, fluisterde Aad: ‘Ik wilde je niet bang maken, maar er zwom ook een walvis vlak achter ons.‘ Toen besloot ik flauw te vallen.

Alaska

De Volendam
Ons cruiseschip heet de Volendam, gisteren waren er stroopwafels bij de koffie, en er staan twee poppen in Volendamse kostuums in een duister hoekje van het schip. Tot zover de link met de oorspronkelijke Holland-Amerika lijn. Uiteraard zijn de schepen met de tijd meegegaan en zijn ze van alle luxe voorzien. Maar soms hebben we het gevoel dat oude tijden herleven. Wanneer er wordt gemusiceerd bijvoorbeeld, denk je onwillekeurig terug aan de luxe-cruises van weleer. Gisteren hadden we een gala-avond en sommige mensen hadden echt hun best gedaan. Alsof je terug stapt in de tijd. Maar de enkele korte broek die ook aan tafel verschijnt, brengt je terug naar 2018, de tijd waarin men doet wat men wil.

Een echte kledingkast!
Vijf weken lang zat mijn kleding door elkaar gehusseld in een koffer. Elke ochtend was het grabbelen en graaien op zoek naar een sok, onderbroek of T-shirt. Wat een luxe om mijn kleding op houten hangertjes te zien, en die heen en weer over een rail te kunnen schuiven, op zoek naar het juiste kledingstuk voor de dag.

 

Alaska
Inmiddels hebben we 749 mijl afgelegd en zijn we vanmiddag om 13:00 uur aangekomen in Juneau, de hoofdstad van Alaska. We zijn met een gondola omhoog gegaan en hebben een mooie wandeling gemaakt op de berg.
Hoe noordelijker we reizen, hoe langer de dagen worden. Er wordt gezegd (we hebben het niet gecheckt) dat het rond drie uur ’s nachts al licht is en dat het ’s avonds (wel gecheckt) tot een uur of tien licht is. De lente begint hier laat, maar als het begint dan begint het goed. Met enorme groeispurten (vanwege de lange dagen) schiet alles uit de grond en groeit snel. En zo hebben we grote planten met die prille groene kleur die bij het voorjaar hoort.

Walvis
Blijkbaar zwemmen er volop walvissen, zeehonden en otters rondom het schip. Nu houden wij wel van de natuur, maar we weten er eigenlijk weinig van. Gelukkig is er een zeer enthousiaste ‘naturalist’ aan boord, die bij ieder golfje, luchtbelletje en beweging in het water weet waar we op letten moeten. En dankzij haar hebben we tweemaal een walvis gespot! We zagen een paar sproeiertjes, een stukje rug en, jawel, de zwiepende staart waar iedereen op wacht! Het ging te snel voor een foto maar het dier was gespot! De tweede keer zwom er een orka dicht langs het schip. Ook dit keer zagen we slechts een stukje van de rug, maar het idee dat er zo’n groot beest zo vlakbij is, is echt kicken.

Verslaafd
Geen WiFi hebben, is afzien. Geen berichtjes, geen Google, geen Wordfeud, geen Facebook, geen NU.nl, geen blog. Het is alsof je een verstokte roker in een keer alle sigaretten afneemt. Je handen trillen want ze willen dansen over de toetsen, hallo zeggen tegen het thuisfront, een briljante zet doen met Wordfeud, een stukje schrijven en iets van het nieuws oppikken. Zodra we een gaatje zien in het World Wide Web, springen we erdoor en surfen we weer even mee op de inmiddels zo vertrouwde golven van het Internet.

Watching the tide roll away…

Na een grandioos mooie overtocht van Vancouver Island naar Tsawwassen op het vaste land en een autorit van een klein uurtje, arriveerden we vanmiddag in downtown Vancouver. De Chrysler is ingeleverd en we zijn weer gedegradeerd tot voetgangers. Vancouver is een drukke stad met gelukkig veel open plekken. Parken, havens, pleinen. De waterfront trail is een fiets-/wandelpad langs de baai met haventjes, restaurantjes, fietsenverhuur, charterbootjes en watervliegtuigen. Hier kan je uren op een bankje zitten kijken zonder je een moment te vervelen. Of, om met Otis Redding te spreken:
I’m sittin’ on the dock of the bay
Watchin’ the tide, roll away
I’m sittin’ on the dock of the bay
Wastin’ time.

We slapen een nachtje in Vancouver en stappen morgen op de boot naar Alaska. Het kan goed zijn dat we niet iedere dag een WiFi verbinding hebben, maar ik hoop de komende week nog wel wat foto’s van gletsjers, orka’s, dolfijnen of andere spectaculaire sensaties te kunnen delen.

Hier en nu

Leven in het nu
Ik wil niet beweren dat je bewuster leeft, maar wanneer je reist leef je wel meer in het nu. Waar zijn we en waar gaan we naar toe? Dat zijn de twee belangrijkste vragen die ons bezig houden. Het is me al tweemaal overkomen dat, wanneer we ergens aankomen en men vraagt waar we vandaan komen, ik het antwoord niet weet. Geen idee waar ik die ochtend wakker was geworden. Het antwoord is dan ook niet relevant. Ik ben en dat volstaat.

Met de kano naar het regenwoud
Zoals in het vorige blog voorspeld, staken we een paar dagen geleden in een kajak een inham van de Pacific Ocean over om Meares Island te bezoeken. Een eiland waar de Indianen 17 duizend jaar het regenwoud hebben beheerd. Bij alles wat ze kapten uit het woud, dachten ze aan de volgende generaties. Ze hadden zo’n ontzag voor de eeuwenoude bomen (tot wel 1500 jaar oud) dat ze de Goden om toestemming vroegen om een boom te kappen. Vervolgens gebruikten ze alles van die boom. De bast om touw te maken, de wortels om manden te maken en het hout voor kano’s. Soms kliefden ze slechts een deel uit een boom zodat dat de rest van de boom kon doorgroeien. Alles wat op de grond bleef liggen, diende weer als voedingsbodem voor insecten, vogels en nieuwe vegetatie. Toen kwamen de blanken met een toestemming van de regering om alle bomen van het eiland te kappen. In 1984 kwamen zowel de Indianen als de milieubeweging hier fel tegen in opstand. Er werden rechtszaken aangespannen, en de Indianen wonnen het pleit. Gelukkig maar, want het is er geweldig mooi. Een uitgelezen plek om jongere generaties respect voor de natuur bij te brengen.

En nu ben ik aan de beurt
Ken je dat? Je kiest een rij uit bij de supermarkt en degene die voor je staat heeft een probleem. En jij wacht en wacht en kijkt naar de rijen die je ook had kunnen kiezen. Had je dat gedaan, stond je nu al buiten.
Toen wij met de Chrysler bij de veerboot stonden, waren er drie rijen en drie kassa’s. De rijen gingen aardig gelijk op. Maar toen was er een probleem met de voorste auto in onze rij. Zowel in de rij links als de rij rechts, schoven de auto’s op maar onze rij stond stil. We dachten, ach, kan gebeuren en blij dat wij daar niet staan. Tien minuten later, nog steeds geen beweging in onze rij. Des te meer in die naast ons. We zeiden dingen als ‘maakt niet uit, we gaan allemaal met dezelfde boot mee.‘ Een kwartier later waren er al minstens vijftien auto’s links en vijftien auto’s rechts van ons doorgereden naar de boot. Wij geen centimeter. Het had absoluut geen zin om ons druk te maken, dat wisten we best. Ogenschijnlijk rustig stapten we uit om een korte wandeling te maken. Niet te ver, we konden immers ieder moment…. Toen we terugkwamen was er niets gebeurd. Langzaam schoven we wat heen en weer op de stoelen. We maakten grapjes en lachten als boeren met ontstoken kiezen. Ik hield me groot maar diep van binnen wilde ik slechts één ding: stampvoeten! Het was immers niet eerlijk, want wij waren hier veel eerder en straks was iedereen eerder aan boord dan wij. Toen begon de man voor ons luid te toeteren. En stiekem glimlachte ik. Zou ik met hem meedoen?

Victoria
En nu zijn we in Victoria op Vancouver Island. Ook hier is het schitterend. Vandaag een mooie route gefietst langs de kust en genoten van tientallen mooie momenten. En morgen? Hoezo, morgen? Er is toch alleen maar nu?

Wat een prachtig land

Hier wil ik nooit meer weg!
Gisteren arriveerden we in Tofino, na een lange autorit en een boottocht van West Vancouver naar Vancouver Island. Steeds wanneer we verhuizen naar een ander hotel is het een verrassing waar we terecht komen. Soms is er teleurstelling, soms verbazing en soms word je volledig van je sokken geblazen. Zoals nu. Wat is het hier mooi, wat hebben we een geweldige kamer! Bankstelletje, open haard, geen airco maar gewoon een balkondeur die open kan. De badkamer is middels een raam met de slaapkamer verbonden zodat, als je dat wilt, je zelfs vanuit het bad kunt genieten van het uitzicht (zie foto). Terwijl ik dit stukje schrijf slaan de golven tegen de rotsen en komt er frisse zeelucht de kamer binnen. Genieten met hoofdletters! Overmorgen zitten we weer in een toeristenklasse hotel (om te voorkomen dat we naast onze schoenen gaan lopen), maar deze ervaring neemt niemand van ons af. Op de foto hieronder zie je een vale gier die op de rotspunt zit voor het hotel.

Walvissen
Vanmorgen om kwart over acht gingen we al aan boord van de Chinook Princess voor een tochtje over de nogal woelige baren van de Grote Oceaan. Het voornaamste doel was het spotten van walvissen. Als een Razende Roeland stuurde de kapitein ons dwars door de golven, de eerste kotszakjes werden vrij snel uitgedeeld. En wij keken en keken en keken. En ja hoor, iemand zag een wazig sproeiertje. Ik werd pas enthousiast op het moment dat de gids dat werd, sproeiertjes heb ik immers in mijn bloementuin ook. Maar dit sproeiertje bleek te horen bij een Gray Whale. We moesten vooral goed blijven opletten, hij kon zich laten zien. Terwijl we allemaal naar bakboord keken, kwam het beest lachend omhoog aan stuurboord. Maar ons geduld werd uiteindelijk beloond, we hebben (delen van) een stuk of vier walvissen gezien! De foto is misschien niet zo spectaculair, maar het was wel gaaf om mee te maken.

Fietsen
Als echte Hollanders zijn we ook hier op de fiets gestapt. Ook Canadezen doen mee aan de internationale trend om mensen op de fiets te krijgen. Het aantal fietspaden is nog beperkt, maar de automobilisten houden goed rekening met onze tweewielers. Ze stoppen altijd. Ook het autoverkeer is vrij relaxed. We hebben in al deze weken slechts een keer een boze automobilist gezien en dat was in een enorme file bij Toronto in Oost Canada.

Morgen
Op het programma staat een stevige tocht per kano (zelf peddelen over de oceaan!) naar een eilandje waar we onder begeleiding van een gids anderhalf uur gaan wandelen. Dus mochten de blogstukjes tijdelijk uitblijven, dan ligt de schrijfster waarschijnlijk aan een infuus om bij te komen van de (in)spanningen.

Drie weken weg, nog geen dag heimwee


British Columbia
Na een paar dagen in de natuur, zijn we in het roerige stadje Whistler aangekomen. De autorit van Wells’ Grey Park naar deze plaats in BC was fantastisch. Stel je een mengeling voor van Schotland, de Duitse Eiffel, Texas en de Lake district, en je hebt zo ongeveer het landschap waar we vandaag doorheen reden. We verveelden ons de 500 kilometer lange rit geen seconde. Alleen onze remmen vertoonden vermoeidheidsverschijnselen, ze raakten oververhit. We besloten ze even rust te gunnen. Een goede beslissing want een stukje verderop zagen we een auto die dat niet had gedaan en in een greppel terecht was gekomen.
Veel huizen en boerderijen langs de kant van de weg staan op enorme stukken land. Blijkbaar zijn de grondprijzen hier een stuk lager dan bij ons. Sommige terreinen zijn keurig onderhouden, sommigen staan vol troep. En bij sommige huizen staan zoveel verroeste autowrakken dat je je afvraagt of ze hier iedere auto die ze ooit gehad hebben, bewaren. Zoals je op de foto ziet worden ook de schuren niet ieder jaar geverfd.


Beren (alweer? Ja, alweer)
Er lopen zo’n 11.000 beren vrij rond in BC, waarvan we er inmiddels 5 gespot hebben. Vier vanuit de auto, één vanuit een kano. O ja, en nog een enge grizzly midden op het bospad waar we liepen te wandelen. Hij ging rechtop staan, gaf een brul, stampte met zijn voet en sloeg zich op de borst. Maar die telt waarschijnlijk niet, ik zag hem ’s nachts in een droom.
Toen we in onze vorige lodge aankwamen, spotte ik onmiddellijk achter de receptie een foto van een beer die voor het raam van een gastenverblijf stond. Zwaar gefotoshopt, stelde ik mezelf gerust. Toen de eigenaar ons vertelde dat er ‘lots of bears’ waren, en nog eens herhaalde ‘lots of bears,’ dacht ik aan een reclameverhaaltje. Maar toen hoorden we het verhaal van de beer op de foto. In het verleden lagen ze hier altijd een reep op de bedden als welkomstgroet. De beer kreeg dat in de gaten en toen hij een open raam zag, dacht hij zijn slag te slaan. De aanwezige gast sloot onmiddellijk het raam en maakte die unieke foto. Eenmaal raden wat ik als eerste deed toen we onze lodge binnenliepen.


Op hol geslagen diaprojector
We zijn nu zo’n drie weken weg en hebben duizenden plaatjes in ons hoofd. Soms vragen we aan elkaar: waar was die hoge waterval ook alweer, of dat emerald blauwe meer? Dan is onze interne diaprojector even goed van slag en schuiven de plaatjes over elkaar heen. Thuis zullen we uit de honderden foto’s een selectie maken en de uitverkoren foto’s zullen het verhaal van deze vakantie vertellen. De rest van het verhaal zal met de foto’s verdwijnen in de vergetelheid.

Nederlanders
Ken je dat? Dan ben je in het buitenland en praat je tamelijk openlijk. Niemand verstaat wat je zegt. In Oost Canada was dat geen enkel probleem, we kwamen nauwelijks Nederlanders tegen. Hier in het Westen moet je beter op je woorden letten, je struikelt er over de Dutchies. Denk je de reis van je leven te maken, unieke ervaringen op te doen, reist half Nederland achter je aan.

Klein rot gebakkie
Tijdens onze rondrit door Ontario, beschikten we over een Jeep Wrangler met een geweldig inbouw-navigatiesysteem. Telkens wanneer mijn reisgenoot met een bezittersair de deur opende, glimlachte hij van oor tot oor. Op Toronto moesten we helaas de Jeep achterlaten. Toen op Calgary Airport de autoverhuurder ons het losse navigatiesysteem overhandigde, was dat de eerste teleurstelling. Wat een prutsding, dachten we. Terecht want het ding werkt nauwelijks. We kregen autosleutels en moesten naar lot 18. Manlief keek gretig om zich heen. Werd het weer een Jeep, of een Landrover, of een Mercedes misschien? Lot 18 liep hij straal voorbij. ‘Hallo, hier is het,’ riep ik hem terug. Hij keek één seconde naar de auto, schudde zijn hoofd en liep verder. Ik besloot het rustig af te wachten. Toen echtgenoot eindelijk terugkwam was het enige wat hij uit kon brengen: ‘wat een klein rotgebakkie.’ En hoewel ik het een prachtige auto vind (stuk groter dan de mijne) is het tussen man en de Chrysler niet meer goed gekomen.

Update vanuit de Rockies

Fotograferen
Voor de perfecte foto doe ik alles. Op een rots klimmen, buikligging, rugligging, in een boom klimmen. Of een steil pad vol kiezelsteentjes afdalen. Dat ging bijna goed. Toen de steentjes begonnen te rollen, rolde ik gezellig een stukje mee om voor de voeten van een man tot stilstand te komen. Hij vroeg me of alles goed was. ‘I think so,’ antwoordde ik met een klein stemmetje. Mijn voet deed behoorlijk pijn. Waar was mijn reddende ridder? Vanaf liggende positie zag ik hem met zijn handen in de zakken flierefluiten! Zag hij me niet? Ik strompelde omhoog. ‘Zag je me niet vallen?’ ‘Jawel, maar vanaf hier maak je veel mooiere foto’s. En twee gewonden op een dag is teveel.’
PS Toen we ’s avonds onze foto’s vergeleken was de zijne mooier, maar dat toegeven… nooit!

Amerikaans
Toen ik met iemand sprak over de indentiteit van de Canadees, zei hij: ‘one thing I know for sure, we’re not Americans.’ Toch hebben ze wel Amerikaanse gewoontes. Als je hier koffie besteld, krijg je een kartonnen beker die zo groot is dat er gemakkelijk drie Nederlandse kopjes inpassen. Als je uit eten gaat zit je meestal in grote ‘diners’ met tafels met een plastic kleedjes. En ook de vrachtwagens zien er Amerikaans uit.

Beer gespot! (3x)
Gisteren een kleintje langs de weg. Dacht eerst dat het een kat was en was te laat met stoppen. Maar vandaag twee! De eerste liep alweer snel de bosjes in. Maar daarna liep een grote beer gewoon langs de weg. Nu kunnen we eindelijk meepraten wanneer mensen hun beren-verhalen te berde brengen.

WiFi
Geen WiFi in de Rockies. Nop, nada, niets. Ook geen 2, 3 of 4G. De wereld is onbereikbaar voor ons, wij voor de wereld. Een raar gevoel. We moeten echt afkicken, onze vingers zoeken knoppen, toetsen. Gelukkig hebben we aardige buren in dit motel, en zo zonder telefoons maak je nog eens gemakkelijk een praatje. Vandaag gelukkig weer online!

Wie is die Canadees?

Waar zijn we?
Na een binnenlandse vlucht van Toronto naar Galgary zijn we aangekomen in West-Canada. In het plaatsje Banff dat in de Canadese Rocky Mountains ligt. En het is alsof je in een gefotoshopte, 3D promotiefilm voor Canada bent terecht gekomen. Schitterend!! De natuur op haar best. En de film gaat maar door, je valt van de ene verbazing in de ander. Vandaag trekken we een stukje verder en eigenlijk heb ik nu al het idee dat het niet mooier kan worden. De reisbeschrijving beweert echter iets anders…

Oost Canada
Het eerste deel van onze reis, Ontario, is afgesloten. Tijd voor reflectie. We hebben ontdekt dat je ons niet te lang in een stad moet stoppen. Montreal was onze eerste pleisterplaats. Leuk om doorheen te wandelen maar ook heel druk, veel verkeer. De oude binnenstad is het meest aantrekkelijk, evenals het havengebied. Maar ook hier staan ook veel gebouwen te wachten op…? Wij zouden zeggen de sloop. Toronto zijn we precies een namiddag en avond geweest. Lang genoeg. Wat een flats, wat een verkeer, wat weinig zon tussen de hoge gebouwen. Veel zwervers ook, die soms midden op een trottoir liggen te slapen. Ach wat zielig, denk je wanneer je er net als ieder ander met een boog omheen loopt. Een positieve uitzondering was Ottawa. Schoon, weids, lieflijk. Ook veel verkeer zoals in iedere stad maar ook veel plekken waar je rustig kunt wandelen en fietsen. Prachtig kanaal met sluizen, indrukwekkend parlementsgebouwen, mooie winkelstraten. Wat mij betreft een aanrader!! Waar we erg van genoten hebben in Ontario, was ons verblijf in Algonquin National Park. Wat een heerlijk huisje en wat een uitzichten over de vele meren. En verder waren de ontmoetingen met onze familie erg gezellig! En het platteland van het oosten met de huizen langs de weg waar soms heerlijk veel rommel omheen verzameld ligt.

De Canadees
We zijn er nog steeds niet uit. Hoe typeer je een Canadees? In Europa, dat qua oppervlakte zo’n beetje in zijn geheel in Canada past, zijn zoveel verschillende types. Een Engelsman is heel anders dan een Italiaan, een Zweed is geen Hongaar. In Canada lijken de mensen meer op elkaar. Natuurlijk zijn we niet in Newfoundland geweest, noch in het hoge noorden. Wellicht vormen zij een uitzondering, maar de Canadezen die wij ontmoet hebben zijn niet in vakjes op te delen. Eigenlijk vind ik dat ze qua uiterlijk best op Nederlanders lijken. Het voelt vaak zo vertrouwd. Het Engels dat ze spreken is zeer toegankelijk, geen accenten. ‘Hi guys, how’s your day?’ Soms word je een beetje moe van die vraag, want om nou twintig keer per dag te zeggen ‘Good, and how are you?’ lijkt steeds meer op het opvoeren van een toneelstukje. Maar het is een manier om in contact te komen. Canadezen houden wel van een praatje.

Prijzen
Ik denk dat Canadezen heel goed kunnen tekenen. Want als je ergens een prijs ziet, is dat nooit de echte prijs. Er komt standaard 15% belasting overheen. Maar dan ben je er nog niet. Iedereen die een dienst verleend (hoe klein ook) verwacht een tip van zo’n 10 a 15%. Die reken je dan uit over het bedrag zonder belasting. Als je via een pinautomaat afrekent in een restaurant, komt altijd de vraag of je de tip in dollars of in procenten wilt afrekenen. Niet of je überhaupt een tip wilt geven. En niets is hier echt goedkoop.

Beren, elanden en wapiti
Je komt ze nogal eens tegen. Nee, niet de dieren zelf gelukkig, maar de waarschuwingsborden. Er loopt hier een moeder grizzly beer rond met haar jong. Ze kan agressief reageren. Zelfde geldt voor de wapiti. En elanden kunnen zomaar voor je auto springen, dus kijk uit! Gisteren sprong er inderdaad iets uit het bos tevoorschijn. Berggeiten maakten een sprintje over de weg!