Niets is wat het lijkt

Tijdens het voeren van de havermout, fantaseerde moeder dat de paplepel een auto was die naar de garage wilde. Mijn mond was dan de deur die vooral wijd open moest. Toen ik de truc doorhad, haperde de toegangspoort steeds vaker hetgeen moeder dwong tot andere tactieken. De lepel werd een vliegtuig, een trein, een huppelend paardje. Al snel doorzag ik ook deze listen en besloot dat een lepel niets anders was dan een lepel. Mijn mond bleef dicht.
Afgelopen zaterdag zaten we met een groep volwassenen in een kring. Er verscheen een attribuut op tafel dat we om beurten moesten benoemen. Niet moeilijk, het voorwerp was een zaag. Wel moeilijk, we waren met zestien. Er bleken meerdere invalshoeken te zijn. Vorm, kleur, maat, ouderdom, waarde, afwijkingen, eigenschappen. Toen ook nummer zestien zijn zegje had gedaan, werd de zaag opnieuw doorgegeven. Dit bleek het moment van losgeslagen fantasie. Het ding werd het gereedschap van een dierenarts, een schrijver, een circusartiest, een vogelspotter.
Via een staaltje aanschouwelijk onderwijs, leerden we het verschil tussen convergent (logisch) en divergent (creatief) denken. Grenzen verleggen, blokkades omverwerpen, noodzakelijke schrijverseigenschappen. Opeens dacht ik terug aan een moeder met een paplepel die helemaal geen paplepel was. Ze had gelijk, dacht ik, niets is wat het lijkt.

Automerken, niet aan mij besteed

Natuurlijk zie ik best het verschil tussen een Mercedes en een Lada. Als ik oplet. Probleem is alleen dat ik dat niet altijd doe, waarschijnlijk omdat een auto voor mij niet veel meer is dan een handig middel om me van A naar B te transporteren. Gesprekken over carrosserie, cilinders en dergelijke zaken gaan volledig aan me voorbij. Van nieuw aangeschafte auto’s onthoud ik alleen de kleur. Zo weet ik dat mijn zusje’s auto, waar ik al vaak in meegereden ben, donkerblauw is. Of zwart, dat kan ook.
Op een avond sta ik voor het keukenraam te wachten op zus+auto. Ze is wat aan de late kant. Bij iedere auto die aan komt rijden denk ik dat zij het is. Er trekt een bonte stoet potentiële zus-auto’s aan me voorbij, maar geen van alle stopt. Eindelijk komt er een auto aangereden die afremt. Snel ren ik naar de voordeur, en loop nietsvermoedend naar de desbetreffende auto. Wanneer ik mijn hand uitsteek om met een sierlijke zwaai het portier te openen, geeft de bestuurder een dot gas en stuift er vandoor. Wat is dit? Is ze nou helemaal? Eerst te laat komen, vervolgens flauwe grappen uithalen? Zo ken ik haar niet. Pas dan dringt het tot me door. ’s Avonds zijn alle auto’s donker van kleur. En eigenlijk weet ik best dat ze geen Mini heeft.
Bij de volgende auto die voor mijn deur stopt, loop ik er eerst een rondje omheen voordat ik durf in te stappen.

Een keukenvloer vol peper

De korte woordenwisseling die gisteren in onze keuken plaatsvond, eindigde met het dichtslaan van een deur. Door hem. Minstens drie volle minuten staarde ik sprakeloos mijn koelkast aan. En toen brak hij los, de woede-aanval. Ik pakte het eerste voorwerp dat binnen mijn bereik lag, en smeet dat tegen de muur. Het bleek een plastic pepervaatje. Het effect viel wat tegen. In geen enkel opzicht evenaarde deze actie het dichtsmijten van de voordeur. Nog steeds in volle razernij pakte ik derhalve het ding nog eens op en smeet hem opnieuw tegen de muur. Waarom ik me niet vergreep aan de kopjes of de borden die ook op het aanrecht stonden, weet ik niet. Maar goed, na de vierde worp gebeurde er eindelijk iets. Het klepje van het vaatje brak af en de peper vloog in het rond. Even stond ik erbij en keek naar de troep. Verdorie, ik wilde een explosie en kreeg een keukenvloer vol peper. Moest ik de boel nog opruimen ook. Mijn woede zocht nog immer naar een uitlaatklep. Stevig pakte ik de deur van de bijkeuken vast en smeet hem drie keer hard dicht. Er was niemand die het hoorde. Wat was dat toch met mij? Waarom vocht ik altijd met mezelf in plaats van met de ander? Dit keer ging ik het anders aanpakken! Ik liet de zooi liggen zoals het lag en ging naar boven waar ik de radio hard aanzette en de strijkbout als een wapen ter hand nam. Lakens dampten en theedoeken sisten onder mijn ijzer. De radio zond liedjes uit van de Beatles. Ik kon het niet helpen. Eerst heel zacht, toen wat harder zong ik mee. Tijdens het lied ‘Day Tripper’ maakte ik zelfs een dansje met een van zijn overhemden. Aan het einde van de middag keerde hij terug met een houding alsof er niets was gebeurd. Met een uitgestreken gezicht verzocht ik hem om een drankje uit de keuken te halen. Toen ik hem aldaar een paar keer hard hoorde niezen, kon mijn dag niet meer kapot.

Hallo, ik ben…

imageGisteren was de eerste dag van de opleiding tot schrijfdocente. Best spannend, maar ik had er veel zin in! Met een glimlach op mijn gezicht stapte ik dan ook een leslokaal in Amersfoort binnen. Bijna onmiddellijk na het handenschudden begon de les. Volgens sommige klokken precies op tijd, volgens andere zelfs iets te vroeg. Vervelend voor die ene laatkomer die twee minuten over tien binnenkwam. Was ik even blij dat ik al om acht uur van huis was vertrokken. ‘Wij geven nogal schools les,’ meldden de docenten, ‘en tijd is tijd.’ De toon voor het aankomende opleidingsjaar was gezet.
Aan het begin van iedere opleiding is het gebruikelijk om een voorstelrondje te doen. Nu heb ik al vaker cursussen gevolgd, en meestal houd ik mijn introductie kort en kernachtig. Ik houd er niet van om mezelf stevig neer te zetten. Bovendien laat ik me meestal zo overdonderen door de verhalen van anderen (hij is journalist, zij een manager, wat doe ik hier dan?) dat mijn verhaal niet meer belangrijk lijkt. Dit keer zou ik het echter anders aanpakken! Al weken voor aanvang van de opleiding had ik mezelf opgelegd om dit keer een trots verhaal te vertellen over wie ik was en wat ik deed. Ik ging hier niet alleen feiten leren, maar ook mezelf ontwikkelen! Ik had het kunnen weten. Niet jijzelf maar het leven bepaalt jouw leerpunten. Kwam er dan geen voorstelrondje? Jawel. De opdracht was: vertel iets over jezelf, maar slechts 2 elementen in je verhaal zijn waar, de rest is bedrog. Daar zat ik, met mijn goede voornemen. Godzijdank kreeg ik een humoristische inval zodat er in ieder geval gelachen werd tijdens mijn nonsens verhaal.
Wat moest ik van deze dag leren? Ik kwam er niet helemaal uit. Maar nu ik thuis op de bank wat zit te filosoferen, realiseer ik me opeens dat er wel iets was om trots op te zijn. Ik ben niet omgevallen, ik ben niet weggerend. Ik heb me staande gehouden! Dat er maar veel van zulke leermomenten mogen volgen.

Marketing-moe

image

Herken je dit?
Een jongeman staat voor de deur, vriendelijke uitstraling, gezonde blos op zijn wangen. Hij stelt je drie vragen. Bijvoorbeeld of je bekend bent met de situatie in Aleppo, en of je het ook zo erg vindt wat daar gebeurt. Wanneer je drie keer ‘ja’ hebt geantwoord, glimlacht hij heimelijk. Hij weet namelijk dat je volgende antwoord waarschijnlijk ook ‘ja’ is. Dat hebben marketing-deskundigen onderzocht: drie keer ja, is vier keer ja. Zijn volgende vraag betreft dan uiteraard een verzoek om te doneren. Een klein bedragje maar, iedere maand, via een automatische incasso en ieder moment opzegbaar. Hij straalt erbij alsof hij je zojuist heeft verteld dat je de straatprijs van de Postcodeloterij hebt gewonnen. Wanneer de deur achter hem dicht valt, sta je met een document in je handen waarvan je je afvraagt wat jouw handtekening daar doet.

Herken je dit?
Je bestelt je kerstkaarten bij een goededoelenorganisatie in de overtuiging dat er mooie dingen met jouw geld gaan gebeuren. Arme kinderen krijgen injecties, er worden schoolschriften aangeschaft. Wie schetst je verbazing wanneer er een tijd later ineens een cadeautje speciaal voor jou door de brievenbus valt. Als dankjewel voor de klandizie. Maar dat geld was toch voor de arme kinderen? Verontwaardigd bel je de organisatie. Waar ze je zonder enige schaamte vertellen dat marketing-deskundigen hebben ontdekt dat mensen eerder geven wanneer ze af en toe ook iets krijgen. Stomverbaasd leg je de telefoon neer.

Herken je dit?
Je krijgt een acceptgiro in de bus met de vraag of je de bijvoorbeeld de Zonnebloem of Artsen Zonder Grenzen met een kleine donatie wilt steunen. Zonder enige moment van twijfel maak je het gevraagde bedrag over. Pas wanneer je je boekhouding op orde brengt, ontdek je dat hoe vaker je zo’n acceptgiro betaalt, hoe vaker je er een ontvangt. Ongetwijfeld ook door marketing-deskundigen onderzocht: Een keer geven, is meer keer geven.

Lieve, beste marketing-deskundigen,
Willen jullie ALSJEBLIEFT die trukendozen sluiten, er een grote strik omheen doen en ze voorgoed aan de kant schuiven? Mensen zijn niet dom, er komt een moment waarop ze zich door jullie ronduit bedonderd voelen. Er is heus geen marketing-deskundige voor nodig om te voorspellen dat ze vervolgens nooit meer iets zullen geven. Dus, verbrand jullie marketingboeken en laat je hart spreken. Niet voor jezelf, niet voor ons donateurs maar voor de mensen die onze steun zo hard nodig hebben!
Vriendelijke groet,
Een willekeurige donateur.

Geldzaken

imageGloeiend van trots legt het meisje haar spaarbankboekje op de balie van de Boerenleenbank. ‘Alstublieft, mevrouw!’ zegt ze.
Een enigszins gezette dame verwelkomt haar vanachter het loket. ‘Ah, goedemorgen. Fijn dat je er bent. Hoeveel centjes heb je dit keer gespaard?’
‘Tien gulden en negenenveertig cent!’ zegt het meisje terwijl ze het geld uit haar portemonneetje haalt en in nette stapeltjes op de balie legt.
‘Zo, zo,’ mompelt de dame goedkeurend terwijl ze het geld natelt en daarna in keurige letters het bedrag in het spaarboekje bijschrijft. ‘Dat heb je goed gedaan. Alsjeblieft lieve meid, een snoepje. Tot volgend jaar, hoor.’

Heel wat jaar later staat hetzelfde meisje, inmiddels een gezette vijftiger, voor een gesloten deur in een fonkelde, glazen pui. Geopend van 12 tot 5 uur, leest ze. Haar bank? Alleen ’s middags open? Teleurgesteld keert ze naar huis.
Wanneer ze later die middag het bankgebouw binnenstapt, zoekt ze naar een vriendelijke dame achter een balie die haar glimlachend verwelkomt. Helemaal mis. Geld storten doe je tegenwoordig in een machine, ergens in een gangetje. Voor het apparaat ziet ze een klein meisje staan dat een plastic zak vol klinkende muntjes leegt in een daarvoor bestemd bakje. Onmiddellijk begint het ding te ratelen als een fruitautomaat.
‘Zo mama, dat is zeker wel honderdduizend miljoen,’ glimt het meisje vol trots.
‘Bijna,’ zegt de moeder terwijl ze het kind een snoepje toestopt.

O, wat ben ik mooi!

imageIk ben uitgerust met een fraai lijf. Stevige borstjes, ranke heupen, lang krullend haar dat altijd goed valt. Al sinds ik ter wereld kwam heb ik harten veroverd. Meisjesharten, jongensharten, soms een enkel volwassen hart. Overal waar ik kom, word ik op handen gedragen. Mijn garderobe bestaat uit galajurken, strakke bikini’s, sexy truitjes, strakke mantelpakjes. Je kan het zo gek niet bedenken of het hangt in mijn kast. En alles staat me beeldig. Er gaat geen dag voorbij of mijn grote roze spiegel vertelt me ik de mooiste ben van het land. Ik woon in roze paleizen, rijd in roze Cadillacs en heb een wit paard met lange, wapperende manen. Kleine meisjes hebben mij hun hartsgeheimen toevertrouwd, hun mama’s naaien jurken voor mij die ze zelf hadden willen hebben. Er is zelfs een vriend voor mij in het leven geroepen. Vaak spelen we dat we getrouwd zijn. Dan doen we wat vaders en moeders blijkbaar doen. Vrijen, koken, ruziemaken en lastige kinderen opvoeden. Een rijk en vol leven? Niet alles is zoals het lijkt. Net als jij ben ik een acteur in het schouwspel dat leven heet, mijn toneelstuk is echter slechts een schaduwspel. Alles wat ik denk, doe en zeg spruit voort uit de fantasie van anderen. Dat is de rol die mij is toebedacht door mijn grote schepper, Mattel.

5 december

image‘Wat doen we nu op 5 december?’ vroeg ik mijn echtgenoot toen duidelijk werd dat er geen gezamenlijk Sinterklaasfeest gevierd ging worden. We zouden het Heerlijk Avondje samen doorbrengen. Manlief haalde zijn schouders op, waarschijnlijk opgelucht om voorgoed van rijmen en surprises af te zijn. Wat sikkeneurig ging ik slapen, nog sikkeneuriger stond ik op. Deed onze traditie hem dan helemaal niets? Hij had toch op zijn minst een bioscoop bezoek kunnen suggereren. Of een etentje in een van onze favoriete restaurantjes. Het leek verdorie wel alsof hij het Sinterklaasfeest al uit zijn systeem had gewist. Ik rechtte mijn rug en besloot er ‘mindful’ mee om te gaan.
…zen…
Twee dagen later liep ik langs mijn prikbord, wat hing daar ineens prominent in het midden? Tegoedbon, las ik, voor een diner voor twee, zonder vakkennis maar met liefde klaargemaakt door de Sint. Even gleed er een glimlach over mijn gezicht. Wat lief, hij ging voor me koken! De glimlach maakte echter heel snel plaats voor volslagen paniek! O nee, die bon had ik hem vorig jaar gegeven. Helemaal vergeten! Wat kon ik doen? Zoals uit de tekst blijkt, ben ik absoluut geen driesterrenkok. Even overwoog ik om de tegoedbon als verlopen te bestempelen.. maar nee, dat kon een Sint niet doen. Er zat maar een ding op. Als een wanhopige bladerde ik door stapels kookboeken, zocht wat recepten bij elkaar, maakte een lange boodschappenlijst en toog naar de supermarkt voor saffraan, thai tsai, Chinese fivespice poeder…
Gisteren was het zover. Na een dag hard werken, begon mijn strijd met de potten en pannen. Vijf gangen stonden er op het menu. Als Sint iets doet, doet zij het goed. Op mijn werk ben ik absoluut in staat om alles tot in de kleinste details te plannen, in de keuken verdwijnt dit talent zodra de koelkastdeur opengaat. En nu ik toch uit de school klap, ik wist niet eens meer precies wat er op het menu stond. Ik maande mezelf tot rust, en besloot om stap voor stap mijn plan uit te voeren. Dat was bij eerdere rampscenario’s de beste tactiek gebleken.
Ik begon aan het eerste recept. Dat viel mee, ik ontspande iets. Het duurde echter niet lang want opeens kwam manlief vrolijk mijn keuken ingelopen. ‘Hi schat, ik ben wat eerder naar huis gekomen. Mmm, wat ruikt het hier lekker!’.
…zen…
Ik loog dat ik bijna klaar was en zette hem in zijn favoriete stoel bij het raam met een glas whisky en de krant. De keuken was weer voor mij. Gestaag zweette ik me door alle voorbereidingen heen.
En het lukte!!
Aan het einde van de avond ontving ik drie sterren van mijn fijnproever. Ik glom van trots en realiseerde me dat koken zonder vakkennis best kan, maar dat het zonder liefde kansloos is.

Idfa 2016

imageSchrijven, het is niet meer dan letters achter elkaar zetten. Letters die een verhaaltje vormen. Piece of cake, zou je denken. Toch wil het niet, de laatste tijd. Het is net alsof mijn hersens met vakantie zijn. Maar gebeurt er dan niets in je leven? vraagt een vriendin. Tuurlijk wel, antwoord ik. Waarom schrijf je dan niet? Ik probeer de eeuwenoude smoes ‘geen inspiratie’. Wat nou, mailt ze terug, je bent toch naar de Idfa geweest? Schrijf daar over!
Schrijf daar over! Haar woorden galmen dagenlang door mijn hoofd voordat ik deze poging waag.
Oké, de Idfa. Wat heb je er beleefd, geleerd, gevoeld? Ik hoor het mijn oude schrijfdocente weer vragen. Dan laat ik mijn twijfels varen. Mijn vingers vinden de toetsen.

De eerste documentaire gaat over John MacAfee. De man van het anti-virusprogramma met dezelfde naam. De documentaire raakt me diep. Waarom? Ik probeer het uit te leggen. De man heeft honderd miljoen verdiend en besluit om ‘goed te doen’. Hij opent een prachtig yoga-centrum waar mensen gratis en voor niks mogen logeren. Maar er wordt misbruik van gemaakt. Het yogacentrum sluit voorgoed haar deuren. Langzaamaan verandert John. Hij wordt paranoïde en omringt zich met dubieuze lijfwachten. Ook schenkt hij veel geld aan de lokale politie, koopt zo vrienden. Achter de muren van zijn schitterende huis, legt hij het aan met jonge meisjes. Geld en luxe brengen de pubers ertoe om steeds verder mee te gaan in Johns extreme seksuele verlangens. Op een bepaald moment wordt John beschuldigd van moord. Hij komt er mee weg, hij heeft immers ‘vrienden’. Wat mij tot op het diepste van mijn ziel raakt is het feit dat mensen zich zo makkelijk laten omkopen. Voor geld en mooie beloftes rekken ze hun morele grenzen steeds verder op. Ik wil het wel uitschreeuwen, ‘laat je toch niet belazeren!.’ Maar wat zou ik zelf doen wanneer een man als John me benadert en me gouden bergen belooft?
Met deze vraag in het achterhoofd, lopen we naar het volgende theater,Tuschinski. Daar zien we een documentaire over de Pesjmerga die in Irak vechten tegen IS. Er rollen beelden over een groot scherm van hevige gevechten, van dood en verderf, van compleet verlaten dorpen. En ik doe wat ik nooit eerder deed. Ik sluit mijn ogen, kijk weg van waarheden die ik niet aankan.
Gelukkig eindigt ons dagje Amsterdam in stijl. In theater Carré beleven we de première van een documentaire over Frans Timmermans. Wat een verademing om een zo enorm betrokken man aan het werk te zien. Zijn werk is niet eenvoudig, uren overleggen om kleine veranderingen te bewerkstelligen. Of niet. Er zijn emoties, maar steeds herpakt ‘onze’ Frans zich, hij zet door. ‘Het is niet erg als je valt,’ is zijn motto, ‘als je daarna maar weer opstaat.’ Dat doet hij!
Tevreden lopen we aan het einde van de dag langs de Amstel met haar verlichte boogbruggen. Op het Rembrandtplein vinden we een restaurantje waar we onder het genot van een borrel de dag de revue laten passeren. We proosten op elkaar.

How to be more creative

imageGewoon beginnen, is het advies van de cursusleidster wanneer ik haar vraag wat te doen wanneer je tegen een blokkade zo groot en imponerend is als de white cliffs of Dover aanloopt. Ze glimlacht en zegt dat iedereen tijdens een creatief proces die rotsen tegenkomt. Je wilt schilderen maar voelt geen inspiratie, je wilt beeldhouwen maar het beeld verstopt zich in de steen, je wilt schrijven maar denkt dat je het niet meer kan. Iedereen, beweert ze, heeft een interne criticus. Zo’n stemmetje dat vraagt wie je dan wel denkt dat je bent? Rembrandt? Rodin? Rousseau?
Ze kijkt de zaal in en vraagt wie dit herkent. Ik verwacht een paar aarzelende vingers, maar zie een zee van opgestoken handen. Op de een of andere manier doet het me goed.
‘Mijn advies,’ herhaalt ze, ‘is om gewoon te beginnen. Beuk maar tegen die rotsen, geniet van het opspattende zoute water en bedenk vooral dat je niet in het Rijksmuseum hoeft te hangen. Alles wat je ten diepste wilt is schrijven, schilderen, dansen. Doe het! Geniet ervan! Praat met je interne criticus, geef hem een naam, en vraag of hij een blokje om wil gaan.’
De woorden galmen door mijn hoofd terwijl ik thuis op de bank achter mijn iPad zit. Zojuist heb ik een indringend gesprek gevoerd met mijn eigen Miep. En zowaar, ze houdt zich stil!! Er verschijnen letters op mijn scherm. De letters vormen woorden, zinnen. Opeens staat er zelfs een korte tekst. Is het de beste literaire tekst ooit? Nee. Maar ben ik blij? Ja! Ben ik trots? Ja! Met een glimlach sluit ik af dit stukje af. Bedankt, Miep.