Hallo, ik ben…

imageGisteren was de eerste dag van de opleiding tot schrijfdocente. Best spannend, maar ik had er veel zin in! Met een glimlach op mijn gezicht stapte ik dan ook een leslokaal in Amersfoort binnen. Bijna onmiddellijk na het handenschudden begon de les. Volgens sommige klokken precies op tijd, volgens andere zelfs iets te vroeg. Vervelend voor die ene laatkomer die twee minuten over tien binnenkwam. Was ik even blij dat ik al om acht uur van huis was vertrokken. ‘Wij geven nogal schools les,’ meldden de docenten, ‘en tijd is tijd.’ De toon voor het aankomende opleidingsjaar was gezet.
Aan het begin van iedere opleiding is het gebruikelijk om een voorstelrondje te doen. Nu heb ik al vaker cursussen gevolgd, en meestal houd ik mijn introductie kort en kernachtig. Ik houd er niet van om mezelf stevig neer te zetten. Bovendien laat ik me meestal zo overdonderen door de verhalen van anderen (hij is journalist, zij een manager, wat doe ik hier dan?) dat mijn verhaal niet meer belangrijk lijkt. Dit keer zou ik het echter anders aanpakken! Al weken voor aanvang van de opleiding had ik mezelf opgelegd om dit keer een trots verhaal te vertellen over wie ik was en wat ik deed. Ik ging hier niet alleen feiten leren, maar ook mezelf ontwikkelen! Ik had het kunnen weten. Niet jijzelf maar het leven bepaalt jouw leerpunten. Kwam er dan geen voorstelrondje? Jawel. De opdracht was: vertel iets over jezelf, maar slechts 2 elementen in je verhaal zijn waar, de rest is bedrog. Daar zat ik, met mijn goede voornemen. Godzijdank kreeg ik een humoristische inval zodat er in ieder geval gelachen werd tijdens mijn nonsens verhaal.
Wat moest ik van deze dag leren? Ik kwam er niet helemaal uit. Maar nu ik thuis op de bank wat zit te filosoferen, realiseer ik me opeens dat er wel iets was om trots op te zijn. Ik ben niet omgevallen, ik ben niet weggerend. Ik heb me staande gehouden! Dat er maar veel van zulke leermomenten mogen volgen.

Marketing-moe

image

Herken je dit?
Een jongeman staat voor de deur, vriendelijke uitstraling, gezonde blos op zijn wangen. Hij stelt je drie vragen. Bijvoorbeeld of je bekend bent met de situatie in Aleppo, en of je het ook zo erg vindt wat daar gebeurt. Wanneer je drie keer ‘ja’ hebt geantwoord, glimlacht hij heimelijk. Hij weet namelijk dat je volgende antwoord waarschijnlijk ook ‘ja’ is. Dat hebben marketing-deskundigen onderzocht: drie keer ja, is vier keer ja. Zijn volgende vraag betreft dan uiteraard een verzoek om te doneren. Een klein bedragje maar, iedere maand, via een automatische incasso en ieder moment opzegbaar. Hij straalt erbij alsof hij je zojuist heeft verteld dat je de straatprijs van de Postcodeloterij hebt gewonnen. Wanneer de deur achter hem dicht valt, sta je met een document in je handen waarvan je je afvraagt wat jouw handtekening daar doet.

Herken je dit?
Je bestelt je kerstkaarten bij een goededoelenorganisatie in de overtuiging dat er mooie dingen met jouw geld gaan gebeuren. Arme kinderen krijgen injecties, er worden schoolschriften aangeschaft. Wie schetst je verbazing wanneer er een tijd later ineens een cadeautje speciaal voor jou door de brievenbus valt. Als dankjewel voor de klandizie. Maar dat geld was toch voor de arme kinderen? Verontwaardigd bel je de organisatie. Waar ze je zonder enige schaamte vertellen dat marketing-deskundigen hebben ontdekt dat mensen eerder geven wanneer ze af en toe ook iets krijgen. Stomverbaasd leg je de telefoon neer.

Herken je dit?
Je krijgt een acceptgiro in de bus met de vraag of je de bijvoorbeeld de Zonnebloem of Artsen Zonder Grenzen met een kleine donatie wilt steunen. Zonder enige moment van twijfel maak je het gevraagde bedrag over. Pas wanneer je je boekhouding op orde brengt, ontdek je dat hoe vaker je zo’n acceptgiro betaalt, hoe vaker je er een ontvangt. Ongetwijfeld ook door marketing-deskundigen onderzocht: Een keer geven, is meer keer geven.

Lieve, beste marketing-deskundigen,
Willen jullie ALSJEBLIEFT die trukendozen sluiten, er een grote strik omheen doen en ze voorgoed aan de kant schuiven? Mensen zijn niet dom, er komt een moment waarop ze zich door jullie ronduit bedonderd voelen. Er is heus geen marketing-deskundige voor nodig om te voorspellen dat ze vervolgens nooit meer iets zullen geven. Dus, verbrand jullie marketingboeken en laat je hart spreken. Niet voor jezelf, niet voor ons donateurs maar voor de mensen die onze steun zo hard nodig hebben!
Vriendelijke groet,
Een willekeurige donateur.

Geldzaken

imageGloeiend van trots legt het meisje haar spaarbankboekje op de balie van de Boerenleenbank. ‘Alstublieft, mevrouw!’ zegt ze.
Een enigszins gezette dame verwelkomt haar vanachter het loket. ‘Ah, goedemorgen. Fijn dat je er bent. Hoeveel centjes heb je dit keer gespaard?’
‘Tien gulden en negenenveertig cent!’ zegt het meisje terwijl ze het geld uit haar portemonneetje haalt en in nette stapeltjes op de balie legt.
‘Zo, zo,’ mompelt de dame goedkeurend terwijl ze het geld natelt en daarna in keurige letters het bedrag in het spaarboekje bijschrijft. ‘Dat heb je goed gedaan. Alsjeblieft lieve meid, een snoepje. Tot volgend jaar, hoor.’

Heel wat jaar later staat hetzelfde meisje, inmiddels een gezette vijftiger, voor een gesloten deur in een fonkelde, glazen pui. Geopend van 12 tot 5 uur, leest ze. Haar bank? Alleen ’s middags open? Teleurgesteld keert ze naar huis.
Wanneer ze later die middag het bankgebouw binnenstapt, zoekt ze naar een vriendelijke dame achter een balie die haar glimlachend verwelkomt. Helemaal mis. Geld storten doe je tegenwoordig in een machine, ergens in een gangetje. Voor het apparaat ziet ze een klein meisje staan dat een plastic zak vol klinkende muntjes leegt in een daarvoor bestemd bakje. Onmiddellijk begint het ding te ratelen als een fruitautomaat.
‘Zo mama, dat is zeker wel honderdduizend miljoen,’ glimt het meisje vol trots.
‘Bijna,’ zegt de moeder terwijl ze het kind een snoepje toestopt.

O, wat ben ik mooi!

imageIk ben uitgerust met een fraai lijf. Stevige borstjes, ranke heupen, lang krullend haar dat altijd goed valt. Al sinds ik ter wereld kwam heb ik harten veroverd. Meisjesharten, jongensharten, soms een enkel volwassen hart. Overal waar ik kom, word ik op handen gedragen. Mijn garderobe bestaat uit galajurken, strakke bikini’s, sexy truitjes, strakke mantelpakjes. Je kan het zo gek niet bedenken of het hangt in mijn kast. En alles staat me beeldig. Er gaat geen dag voorbij of mijn grote roze spiegel vertelt me ik de mooiste ben van het land. Ik woon in roze paleizen, rijd in roze Cadillacs en heb een wit paard met lange, wapperende manen. Kleine meisjes hebben mij hun hartsgeheimen toevertrouwd, hun mama’s naaien jurken voor mij die ze zelf hadden willen hebben. Er is zelfs een vriend voor mij in het leven geroepen. Vaak spelen we dat we getrouwd zijn. Dan doen we wat vaders en moeders blijkbaar doen. Vrijen, koken, ruziemaken en lastige kinderen opvoeden. Een rijk en vol leven? Niet alles is zoals het lijkt. Net als jij ben ik een acteur in het schouwspel dat leven heet, mijn toneelstuk is echter slechts een schaduwspel. Alles wat ik denk, doe en zeg spruit voort uit de fantasie van anderen. Dat is de rol die mij is toebedacht door mijn grote schepper, Mattel.

5 december

image‘Wat doen we nu op 5 december?’ vroeg ik mijn echtgenoot toen duidelijk werd dat er geen gezamenlijk Sinterklaasfeest gevierd ging worden. We zouden het Heerlijk Avondje samen doorbrengen. Manlief haalde zijn schouders op, waarschijnlijk opgelucht om voorgoed van rijmen en surprises af te zijn. Wat sikkeneurig ging ik slapen, nog sikkeneuriger stond ik op. Deed onze traditie hem dan helemaal niets? Hij had toch op zijn minst een bioscoop bezoek kunnen suggereren. Of een etentje in een van onze favoriete restaurantjes. Het leek verdorie wel alsof hij het Sinterklaasfeest al uit zijn systeem had gewist. Ik rechtte mijn rug en besloot er ‘mindful’ mee om te gaan.
…zen…
Twee dagen later liep ik langs mijn prikbord, wat hing daar ineens prominent in het midden? Tegoedbon, las ik, voor een diner voor twee, zonder vakkennis maar met liefde klaargemaakt door de Sint. Even gleed er een glimlach over mijn gezicht. Wat lief, hij ging voor me koken! De glimlach maakte echter heel snel plaats voor volslagen paniek! O nee, die bon had ik hem vorig jaar gegeven. Helemaal vergeten! Wat kon ik doen? Zoals uit de tekst blijkt, ben ik absoluut geen driesterrenkok. Even overwoog ik om de tegoedbon als verlopen te bestempelen.. maar nee, dat kon een Sint niet doen. Er zat maar een ding op. Als een wanhopige bladerde ik door stapels kookboeken, zocht wat recepten bij elkaar, maakte een lange boodschappenlijst en toog naar de supermarkt voor saffraan, thai tsai, Chinese fivespice poeder…
Gisteren was het zover. Na een dag hard werken, begon mijn strijd met de potten en pannen. Vijf gangen stonden er op het menu. Als Sint iets doet, doet zij het goed. Op mijn werk ben ik absoluut in staat om alles tot in de kleinste details te plannen, in de keuken verdwijnt dit talent zodra de koelkastdeur opengaat. En nu ik toch uit de school klap, ik wist niet eens meer precies wat er op het menu stond. Ik maande mezelf tot rust, en besloot om stap voor stap mijn plan uit te voeren. Dat was bij eerdere rampscenario’s de beste tactiek gebleken.
Ik begon aan het eerste recept. Dat viel mee, ik ontspande iets. Het duurde echter niet lang want opeens kwam manlief vrolijk mijn keuken ingelopen. ‘Hi schat, ik ben wat eerder naar huis gekomen. Mmm, wat ruikt het hier lekker!’.
…zen…
Ik loog dat ik bijna klaar was en zette hem in zijn favoriete stoel bij het raam met een glas whisky en de krant. De keuken was weer voor mij. Gestaag zweette ik me door alle voorbereidingen heen.
En het lukte!!
Aan het einde van de avond ontving ik drie sterren van mijn fijnproever. Ik glom van trots en realiseerde me dat koken zonder vakkennis best kan, maar dat het zonder liefde kansloos is.

Idfa 2016

imageSchrijven, het is niet meer dan letters achter elkaar zetten. Letters die een verhaaltje vormen. Piece of cake, zou je denken. Toch wil het niet, de laatste tijd. Het is net alsof mijn hersens met vakantie zijn. Maar gebeurt er dan niets in je leven? vraagt een vriendin. Tuurlijk wel, antwoord ik. Waarom schrijf je dan niet? Ik probeer de eeuwenoude smoes ‘geen inspiratie’. Wat nou, mailt ze terug, je bent toch naar de Idfa geweest? Schrijf daar over!
Schrijf daar over! Haar woorden galmen dagenlang door mijn hoofd voordat ik deze poging waag.
Oké, de Idfa. Wat heb je er beleefd, geleerd, gevoeld? Ik hoor het mijn oude schrijfdocente weer vragen. Dan laat ik mijn twijfels varen. Mijn vingers vinden de toetsen.

De eerste documentaire gaat over John MacAfee. De man van het anti-virusprogramma met dezelfde naam. De documentaire raakt me diep. Waarom? Ik probeer het uit te leggen. De man heeft honderd miljoen verdiend en besluit om ‘goed te doen’. Hij opent een prachtig yoga-centrum waar mensen gratis en voor niks mogen logeren. Maar er wordt misbruik van gemaakt. Het yogacentrum sluit voorgoed haar deuren. Langzaamaan verandert John. Hij wordt paranoïde en omringt zich met dubieuze lijfwachten. Ook schenkt hij veel geld aan de lokale politie, koopt zo vrienden. Achter de muren van zijn schitterende huis, legt hij het aan met jonge meisjes. Geld en luxe brengen de pubers ertoe om steeds verder mee te gaan in Johns extreme seksuele verlangens. Op een bepaald moment wordt John beschuldigd van moord. Hij komt er mee weg, hij heeft immers ‘vrienden’. Wat mij tot op het diepste van mijn ziel raakt is het feit dat mensen zich zo makkelijk laten omkopen. Voor geld en mooie beloftes rekken ze hun morele grenzen steeds verder op. Ik wil het wel uitschreeuwen, ‘laat je toch niet belazeren!.’ Maar wat zou ik zelf doen wanneer een man als John me benadert en me gouden bergen belooft?
Met deze vraag in het achterhoofd, lopen we naar het volgende theater,Tuschinski. Daar zien we een documentaire over de Pesjmerga die in Irak vechten tegen IS. Er rollen beelden over een groot scherm van hevige gevechten, van dood en verderf, van compleet verlaten dorpen. En ik doe wat ik nooit eerder deed. Ik sluit mijn ogen, kijk weg van waarheden die ik niet aankan.
Gelukkig eindigt ons dagje Amsterdam in stijl. In theater Carré beleven we de première van een documentaire over Frans Timmermans. Wat een verademing om een zo enorm betrokken man aan het werk te zien. Zijn werk is niet eenvoudig, uren overleggen om kleine veranderingen te bewerkstelligen. Of niet. Er zijn emoties, maar steeds herpakt ‘onze’ Frans zich, hij zet door. ‘Het is niet erg als je valt,’ is zijn motto, ‘als je daarna maar weer opstaat.’ Dat doet hij!
Tevreden lopen we aan het einde van de dag langs de Amstel met haar verlichte boogbruggen. Op het Rembrandtplein vinden we een restaurantje waar we onder het genot van een borrel de dag de revue laten passeren. We proosten op elkaar.

How to be more creative

imageGewoon beginnen, is het advies van de cursusleidster wanneer ik haar vraag wat te doen wanneer je tegen een blokkade zo groot en imponerend is als de white cliffs of Dover aanloopt. Ze glimlacht en zegt dat iedereen tijdens een creatief proces die rotsen tegenkomt. Je wilt schilderen maar voelt geen inspiratie, je wilt beeldhouwen maar het beeld verstopt zich in de steen, je wilt schrijven maar denkt dat je het niet meer kan. Iedereen, beweert ze, heeft een interne criticus. Zo’n stemmetje dat vraagt wie je dan wel denkt dat je bent? Rembrandt? Rodin? Rousseau?
Ze kijkt de zaal in en vraagt wie dit herkent. Ik verwacht een paar aarzelende vingers, maar zie een zee van opgestoken handen. Op de een of andere manier doet het me goed.
‘Mijn advies,’ herhaalt ze, ‘is om gewoon te beginnen. Beuk maar tegen die rotsen, geniet van het opspattende zoute water en bedenk vooral dat je niet in het Rijksmuseum hoeft te hangen. Alles wat je ten diepste wilt is schrijven, schilderen, dansen. Doe het! Geniet ervan! Praat met je interne criticus, geef hem een naam, en vraag of hij een blokje om wil gaan.’
De woorden galmen door mijn hoofd terwijl ik thuis op de bank achter mijn iPad zit. Zojuist heb ik een indringend gesprek gevoerd met mijn eigen Miep. En zowaar, ze houdt zich stil!! Er verschijnen letters op mijn scherm. De letters vormen woorden, zinnen. Opeens staat er zelfs een korte tekst. Is het de beste literaire tekst ooit? Nee. Maar ben ik blij? Ja! Ben ik trots? Ja! Met een glimlach sluit ik af dit stukje af. Bedankt, Miep.

Yes!!

imageIneens lag het er. Zomaar langs de kant van mijn levenspad. Ik pakte het op en bekeek het van alle kanten. Ik wikte, ik woog en wikte en woog nog eens. Een opleiding tot schrijfdocente, wat moest ik daar nu mee?
Ik besloot er een mailtje aan te wagen.
Ja hoor, kwam het antwoord dezelfde dag, er is nog plek op de opleiding. Wilde ik alsjeblieft mijn CV opsturen, een aantal teksten, een foto (waar vond ik er een die een beetje flatteerde?), en een brief met mijn motivatie om aan deze specifieke opleiding te beginnen. Mijn antwoord was ook snel. Dit is gewoon op mijn pad gekomen. Fijn voor u, kwam hun antwoord, maar we verwachten wel een doordachte motivatiebrief. Wat gepikeerd pakte ik mijn iPad en schreef een nieuwe mail. Ik legde uit dat ik op avontuur wilde gaan, dat ik een held wilde worden, een held in mijn eigen avonturenroman. Graag of in het geheel niet, dacht ik er stiekem bij.
Er volgde een uitnodiging voor een intakegesprek in een café in Delft. Driekwartier lang werd ik door twee mensen ondervraagd, er ontstond een plasje zweet onder mijn stoel. U hoort nog van ons, was de enige reactie bij het afscheid.
Vandaag bij thuiskomst, vind ik een mailtje in mijn inbox. Even blijft mijn vinger hangen, durf ik het te openen? Niet weten is immers beter dan een afwijzing. Snel verwissel ik mijn pumps voor de stoute schoenen en lees….wij denken dat u voldoende potentie heeft….en daarom …
Aangenomen. Yes!! De eerste stap van mijn avontuur is gezet, ik hoop dat er nog veel spannende afleveringen zullen volgen.

Een dag met ‘me, myself and I’

imageDe dag begon vol grijze bewolking. Het weer had zich blijkbaar aangepast aan mijn stemming. Normaalgesproken geniet ik van een dag alleen zijn in een onbekende omgeving, maar vandaag was anders. Ik propte wat kwark in een schaaltje, knikkerde er wat vruchten in en zette een pot thee. Daarna nog een. Vrolijk werd daar niet van. Uiteindelijk zat er nog maar een ding op: een flinke schop onder de bekende kont. Ik griste een sjaal van de kapstok, vond een paar wanten, en stelde het metertje van mijn fiets in op ‘snel’. Als er dan toch actie moest komen, dan maar gelijk goed. Even later stoof ik door het Land van Maas en Waal. Opeens werd ik iets gewaar. Een verloren zonnestraaltje aan de kant van de weg. Even verderop nog een. Ik voelde een soort verwantschap, en fietste vrolijker door. Wat was het hier eigenlijk mooi! Weer wat verder spotte ik een bijzondere vogel. Was het een uil? Ja, een witte sneeuwuil! Dat ik die nou moest zien! Ik voelde me een ware vogelspotter. Zodra ik stopte om een foto van mijn ontdekking te maken, vloog het beest weg. Op dat moment wist ik een ding zeker. Het was geen uil. Wat wel, kan je beter aan een echte vogelspotter vragen. ’s Middags stapte ik in de auto voor een bezoek aan het Museum van Tielse Flipje om daar een stukje jeugdsentiment nieuw leven in te blazen. Daar zaten mijn herinneringen echter helemaal niet op te wachten. Bij de lokale Hema kocht ik een T-shirt van een tientje. Het is waar dat vrouwen daar blij van worden. Toen ik aan het einde van de dag onder een blauwe lucht terug naar het vakantiehuisje reed, klonk er zomaar een lenteliedje in mijn hoofd.

Ben ik mezelf??

image‘Gaat het een beetje, mevrouw Janszen?’ vroeg mijn echtgenoot toen ik gisteren met een diepe zucht in bed stapte. We hadden de hele dag rondgelopen in hartje Amsterdam waar het jaarlijkse Brainwash Festival werd gehouden. We hoorden er verhalen over migratie, over politieke stellingen, literatuur, wereldproblemen en over het ‘zelf’. Vooral dat laatste thema hield me erg bezig. In onze moderne samenleving hoor je steeds vaker dat je jezelf moet zijn. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Volgens een van de sprekers kom je tot jezelf wanneer je mediteert en leert om je gedachten los te laten. Mindful leven, dus. Een andere spreker spoorde ons juist aan om vol passie te leven in alles wat we doen. Don’t do what you love, love what you do! Weer een andere spreker beweerde dat er helemaal niet zoiets bestaat als een zelf. Volgens de Chinese filosofie, vertelde hij, is een mens niet meer dan een rommelig geheel van rare deeltjes die voortdurend interactie hebben met andere rommelige gehelen met rare deeltjes. Accepteer dat en probeer bij de ander vooral de mooie deeltjes naar voren te halen.
Dit waren flarden uit prachtige speeches die boven kwamen drijven toen ik in mijn bed lag. Het spoorde me aan tot dieper nadenken. Wie was ik toch? Was ik mezelf? Als ik niet mezelf was, wie was ik dan wel? Hoe kon ik meer mezelf worden? Een whirlpool aan gedachten kolkte door mijn hoofd. Gelukkig schoot me ineens een fragment te binnen uit het boek ‘We komen nog een wonder tekort’ van Rebekka de Wit. Ook die dag gehoord.

…Toch zeggen mensen de hele tijd dat je een keuze hebt, alsof dat te hebben valt, soms hoor je mensen zelfs zeggen dat je een keuze hebt in wie je bent. Je kunt op de WC wel beslissen wie je bent, maar dat hou je toch niet vol als je terug bent in de woonkamer bij de anderen. Alsof je dan oplost in de rest….

Met een glimlach viel ik in slaap.